Uw winkelwagen is leeg!
Welkom bezoeker. Wilt u inloggen of registreren?

Arbowet

Op 1 januari 2007 is de, op 28 november 2006 door de Eerste Kamer aangenomen, Arbo-wet 2007 van kracht geworden.

De afgelopen jaren is het besef gegroeid dat "Haagse regels" niet altijd de beste oplossing zijn om problemen aan te pakken.
Ondanks alle inzet van de afgelopen jaren om de arbeidsomstandigheden te verbeteren vinden er jaarlijks 85.000 arbeidsongevallen plaats waarbij werknemers gewond raken. Uitgaande van 260 werkdagen per jaar en een acht-urige werkdag zijn dat méér dan 40 ongevallen per uur.

Met de herziening van de Arbo-wet wil het kabinet regels schrappen en bedrijven meer ruimte geven voor maatwerk. Daarmee moet de veiligheid en gezondheid op de werkvloer verbeteren. In de nieuwe wet zijn zoveel mogelijk doelvoorschriften opgenomen voor het beschermingsniveau voor werknemers. Werkgevers en werknemers stippelen samen, in Arbo-catalogi, de weg uit waarlangs dat beschermingsniveau wordt bereikt.

De bedrijfshulpverlening:
De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) blijft het uitgangspunt om te bepalen welke deskundige bijstand op het gebied van BHV nodig is (artikel 6 en 8 EU richtlijn, artikel 5 Arbo-wet). Werkgevers moeten zorgen voor goede arbeidsomstandigheden (artikel 3 Arbo-wet) en zijn op grond van dat artikel ook in de Arbo-wet 2007 verplicht te zorgen voor deskundige bijstand op het gebied van BHV (artikel 15 Arbo-wet). De werkgever moet zich laten bijstaan door aangewezen BHV'ers.

De deskundige bijstand op het gebied van BHV betreft:

 

Het alarmeren en samenwerken met hulpverleningsdiensten is vervallen. Het onderhouden van verbindingen met diensten van buiten af is geen specifieke taak voor de BHV. De werkgever moet dit wel hebben geregeld, maar hoeft deze taak niet bij de BHV neer te leggen (artikel 3e, Arbo-wet).

Uitzondering hierop is indien er sprake is van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.

Het Arbo-besluit 2007 (artikel 4) stelt dat de werkgever in bedrijven waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, maatregelen dient te treffen om de gevolgen van een ongewilde gebeurtenis (artikel 4.6) te beperken. Het gaat dan om situaties waamee bij de (RI&E) beoordeling geen rekening kon worden gehouden en waarvoor ook geen preventieve maatregelen konden worden getroffen. Als uit de RI&E blijkt dat er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, moet de werkgever dus aanvullende maatregelen treffen en is er wel sprake van alarmeren en samenwerken met externe hulpdiensten. De BHV moet dan snel en effectief ter plaatse kunnen optreden en zonodig direct professionele externe hulpverleningsdiensten inschakelen. In verband hiermee is het belangrijk om tijdig en vooraf afspraken met de externe hulpverleningsdiensten te maken over de wijze waarop zij moeten worden gewaarschuwd en kunnen worden bijgestaan en over de gegevens die direct aan de betreffende instanties moeten worden verstrekt.

De Arbo-wet 2007 stelt dat de BHV'ers dienen te beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dienen te zijn dat zij de BHV-taken naar behoren kunnen vervullen.

Aantal bedrijfshulpverleners:
In de nieuwe wet is de getalsnorm van minimaal één BHV'er op vijftig werknemers verlaten. BHV is dus meer maatwerk. Het aantal benodigde BHV'ers hangt samen met aard en grootte van de activiteiten en de ligging van het bedrijf en de aanwezige werknemers (Arbo-wet, art 3e). De werkgever zal op basis van de RI&E en de ongevalsregistratie van het bedrijf en/of de branche de risico's die niet kunnen worden voorkomen vaststellen. Voor het bepalen van het aantal BHV'ers kan hij gebruik maken van de regelgeving die is vastgelegd in het Brandbeveiligingsconcept van het betreffende type gebouw en de regels die in de toekomst gelden vanuit het Besluit Gebruik Bouwwerken (nu nog de gebruiksvergunning). Door het verloop van het optreden bij incidenten dien kunnen voorkomen aan de hand van scenario's te doorgronden, kan de BHV-organisatie worden ingericht. Er moeten voldoende BHV'ers worden aangewezen om ervoor te zorgen dat de BHV ook in ploegendienst en bij ziekte en verlof kan draaien.

Net als in de oude Arbo-wet mag in kleine bedrijven de werkgever zelf de BHV-taken uitvoeren. Nieuw is dat hij er nu wel voor moet zorgen dat er bij afwezigheid een vervanger is om aan de eis te voldoen dat er altijd een BHV'er aanwezig is.

Opleiding en oefening verplicht:
Medewerkers met een BHV-taak moeten ook in de nieuwe Arbo-wet worden opgeleid voor deze taak (EU art. 8, Arbo-wet art. 15). Werknemers moeten een opleiding krijgen, talrijk genoeg zijn en over geschikt materiaal beschikken. De ervaringseis is daarbij geschrapt, omdat het voor zich spreekt dat het opleidingsniveau op peil moet worden gehouden. Werkgevers zijn verplicht het opleidingsniveau op peil te houden (EU art. 12, Arbo-wet art. 15), zodat BHV'ers in noodsituaties adequaat kunnen optreden. Dit betekent dat er regelmatig na- en bijscholing van BHV'ers zal moeten plaatsvinden. Om de vaardigheden op peil te houden dienen er regelmatig oefeningen te worden georganiseerd in het bedrijf.

Disclaimer:
Hierboven verstrekte informatie over regelgeving, mag nimmer worden opgevat als een persoonlijk advies. U dient de juistheid en volledigheid van deze informatie altijd te verifiëren en voor uw persoonlijke situatie te evalueren.

Back to Top