Uw winkelwagen is leeg!
Welkom bezoeker. Wilt u inloggen of registreren?

Interessante uitspraken

INHOUD:

1: PERSONEELSUITJE EN BHV
2: WOON-WERKVERKEER
3: ZORGPLICHT VOOR WERLNEMERS OP LOCATIE


 

1: Personeelsuitje en BHV

GEZELLIG SAMEN OP STAP MET HET PERSONEEL. MAAR OOK TIJDENS PERSONEELSUITJES IS EEN WERKGEVER VERANTWOORDELIJK VOOR SCHADE DIE EEN WERKNEMER OPLOOPT TIJDENS ZO’N UITJE.

Aandachtspunten/Maatregelen:
De risico’s van het personeelsevenementof de activiteit goed in kaart brengen. Bij iedere personeelsactiviteit waaraan de deelname verplicht is, is de werkgever aansprakelijk voor eventueel door de werknemer te leiden schade. In dat soort gevallen moet de werkgever met betrekking tot het evenement een risico-inventarisatie en evaluatie opstellen. Daarbij moet gekeken worden naar de gevaren van de activiteiten zelf, maar moet ook gekeken worden naar de gevaren in relatie tot de medewerkers die er aan deel gaan nemen (leeftijd, handicaps, gezondheidskundige beperkingen e.d.).
Instructie geven met betrekking tot de activiteiten. Zorg dat er per activiteit een duidelijke instructie gegeven wordt en de medewerkers gewezen worden op de gevaren.
Voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig laten zijn. Bedrijfshulpverleners vervullen niet alleen een belangrijke rol tijdens de normale werkzaamheden, maar ook bij bijzondere activiteiten moeten zij een rol spelen. Het is van belang dat de bedrijfshulpverleners van te voren op de hoogte zijn van de aard van de activiteiten en de daaraan verbonden gevaren. Alleen dan kunnen zij zich goed voorbereiden.

Wet- en regelgeving
- Arbowet: art. 3 Arbobeleid art. 5 Inventarisatie en evaluatie van risico’s art. 8 Voorlichting en onderricht art. 15 Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening
- Burgerlijk Wetboek: art. 7:658 Werkgeversaansprakelijkheid


 

2: Woon-werkverkeer

Hoe zit het  met ongevallen die gebeuren in het schemergebied van werktijd en privé tijd ; met andere woorden, ongevallen tijdens het woon-werkverkeer? Het gaat dan immers (strikt genomen) niet om ongevallen tijdens werktijd. In dit soort gevallen is de aansprakelijkheid van de werkgever in de rechtspraak nog niet helemaal uitgekristalliseerd.
Als leidraad kan - naar de huidige stand van de rechtspraak - worden aangenomen dat ongevallen tijdens woon-werkverkeer niet onder de aansprakelijkheid van de werkgever vallen. De werkgever hoeft in beginsel dus geen ‘behoorlijke verzekering’ voor het woon-werkverkeer van haar werknemers af te sluiten. Let wel: een ‘harde hoofdregel’ is niet te geven, veel zal afhangen van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval.

Zo werd de werkgever niet aansprakelijk gehouden in de zaak van de werkneemster die na (declarabele) overuren te hebben gemaakt op weg naar huis in haar lease-auto bij een ongeval betrokken raakte. De Hoge Raad vond in dat geval dat er te weinig verband was tussen het ongeval en de werkzaamheden. Er zijn daarentegen ook uitspraken waarin de werkgever wel aansprakelijk was voor ongevallen die - strikt genomen - onder woon-werkverkeer te scharen zijn. Zo was de werkgever wel aansprakelijk voor de schade ten gevolge van een verkeersongeval die haar werknemer leed toen hij met enkele collega’s op weg was van huis naar een bouwplek. De CAO bood een extra vergoeding voor de tijd die dat woon-werkverkeer in beslag nam. Daarmee was er volgens de Hoge Raad een voldoende nauwe band met het werk. Het lijkt al met al raadzaam om voor dit soort gevallen toch een ‘behoorlijke verzekering’ af te sluiten: ‘better safe than sorry’.

Conclusies en aanbevelingen:
Het antwoord op de vraag: ‘Ben ik als werkgever aansprakelijk voor de schade die mijn werknemer lijdt wanneer hij of zij tijdens werktijd bij een verkeersongeval betrokken raakt?’ luidt: ‘Ja, tenzij u een behoorlijke verzekering voor uw werknemers heeft afgesloten of tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer.

Op werkgevers rust de plicht een ‘behoorlijke verzekering’ af te sluiten - dan wel haar werknemers financieel in staat te stellen zelf een ‘behoorlijke verzekering’ af te sluiten - voor haar werknemers die in de uitoefening van hun werkzaamheden als bestuurder van een motorvoertuig deelnemen aan het verkeer. Als de werkgever dat niet of onvoldoende behoorlijk doet, dan is zij - behalve wanneer er sprake is van bewuste roekeloosheid of opzet van de werknemer - aansprakelijk voor de schade die de werknemer ten gevolge van het ongeval tijdens werktijd heeft geleden, voor zover een ‘behoorlijke verzekering’ dekking zou hebben geboden.
Wat betreft ‘besturende’ werknemers financieel in staat te stellen zelf een ‘behoorlijke verzekering’ af te sluiten, is de nodige zorgzaamheid geboden. Er zullen duidelijke afspraken moeten worden gemaakt waarvoor de financiële bijdrage gebruikt zal moeten worden. Het is raadzaam om te controleren of uw werknemer een behoorlijke verzekering heeft afgesloten. Om discussies over de vraag of de werknemer de financiële bijdrage goed heeft besteed te voorkomen, verdient het de voorkeur dat de werkgever de verzekeringen zelf afsluit en alleen de werknemers die hun eigen auto voor werk gebruiken een financiële bijdrage te geven.

Moraal van het verhaal: onderzoek de mogelijkheden om uw ‘besturende’ werknemers ‘behoorlijk’ te verzekeren en sluit die verzekering af. Houd daarbij rekening met het feit dat de Hoge Raad van de werkgever verwacht dat zij een ‘behoorlijke verzekering’ afsluit; dat schade als gevolg van bewust roekeloos of opzettelijk handelen niet gedekt hoeft te zijn; en dat zelfs het niet dragen van een gordel onder bepaalde omstandigheden niet als bewuste roekeloosheid wordt aangemerkt. Verder wordt van de werkgever verwacht dat zij bereid is een in verhouding staande premie te betalen.

Kortom: het is raadzaam om bij uw tussenpersoon of verzekeraar na te gaan of uw lopende verzekering als ‘behoorlijk’ is aan te merken.

Bron: Mr. C.J. Koster, advocaat bij Bosselaar & Strengers Advocaten te Utrecht


 

3: Zorgplicht voor werknemers op locatie

Een thuiszorg medewerkster raakt gewond als ze bij huishoudelijke werkzaamheden door een zoldervloer zakt. De werkgever heeft zijn zorgplicht geschonden, oordeelt de kantonrechter. Dat de werkgever meteen na het ongeval maatregelen heeft genomen, is daar juist een bevestiging van: de werkgever had die maatregelen eerder kunnen treffen.

De situatie
Een 44-jarige werkneemster van Thuiszorgorganisatie werkt als huishoudelijke hulp. Ze werkt wekelijks bij een cliënt waar ze 2,5 uur vaste huishoudelijke taken doet en een half uur ‘extra werkzaamheden’. In het kader van die extra werkzaamheden vraagt de cliënt haar de vliering te stofzuigen. Daarbij zakt de medewerkster door de slechts deels beloopbare vloer en valt ruim 5 meter naar beneden.
De arbeidsinspectie heeft de werkgever voor dit voorval een boete opgelegd. De werkneemster stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade maar die wijst dat van de hand. Ook de huiseigenaar stelt niet aansprakelijk te zijn.

De vordering
De werkneemster vraagt de kantonrechter een oordeel te geven over de vraag of de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden (art. 7:658 BW). De strekking van dit artikel is dat de werkgever verplicht is de werkplek zo in te richten en te onderhouden dat voorkomen wordt dat de werknemer schade lijdt.

Het oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zijn zorgplicht inderdaad heeft geschonden.De werkgever heeft ook bij werk op locatie een zorgplicht, ook al kan hij daar niet direct zeggenschap uitoefenen over bijvoorbeeld de inrichting van die werkplek. De arbo-check die de werkgever altijd uitvoert op de werkplek is alleen gericht op de vaste taken, in de gangbare ruimtes. Voor de extra werkzaamheden was er geen arbo-check. Door de cliënt de inhoud van de extra werkzaamheden te laten bepalen en door geen arbo-check te doen in alle ruimtes waar die werkzaamheden kunnen plaatsvinden, heeft de werkgever haar zorgplicht geschonden.De werkgever heeft naar aanleiding van de boete van de arbeidsinspectie wel meteen maatregelen genomen. In de arbo-check is opgenomen welke ruimtes wel en niet tot het takenpakket behoren. Zolders zonder vaste trap zijn nu uitgezonderd. Daarnaast krijgen werknemers nu instructies en training. Maar de kantonrechter oordeelt dat deze maatregelen ook voor het ongeval hadden kunnen worden getroffen.

Eigen verantwoordelijkheid?
De werkneemster had wel een eigen verantwoordelijkheid en mocht werkzaamheden weigeren. Maar ook al was de werkneemster een ervaren kracht, toch wil de kantonrechter daar in dit geval niet te zwaar aan tillen. De gemaakte inschattingsfout komt niet uitsluitend voor haar rekening, oordeelt de kantonrechter.

bron: mr. Ingrid Kooijman

Back to Top